Windmill Milieu Management Advies
Stikstofdepositie onderzoek
De stikstofemissies in Nederland worden door diverse bronnen veroorzaakt zoals onder andere verkeer, industrie en veehouderijen. Met het van kracht worden van de Natuurbeschermingswet 1998 dienen bedrijven die een stikstofdepositie op een daarvoor gevoelig Natura 2000 gebied veroorzaken te beschikken over een Natuurbeschermingswetvergunning. In het kader van een m.e.r.-procedure dient eveneens bij bijvoorbeeld de aanleg van een nieuwe weg de effecten van verschillende alternatieven op de stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden in beeld gebracht te worden.










Natura 2000 en beleid
Op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn worden in de EU waardevolle natuurgebieden aangewezen en beschermd die gezamenlijk een Europees ecologisch netwerk moeten vormen, Natura 2000 genaamd. Per Natura 2000-gebied worden instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het per gebied behalen van deze doelstellingen moet er toe leiden dat op landelijk niveau een gunstige staat van instandhouding van bepaalde soorten en habitattypen behouden of hersteld wordt. In Nederland kennen we in totaal 162 Natura 2000-gebieden. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor de realisatie van de Natura 2000- instandhoudingsdoelstellingen​

Op 1 oktober 2005 is de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw) in werking getreden. De Natura 2000-gebieden bestaan uit Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 september 2011 is gebleken dat in relatie tot stikstofdepositie de referentiedatum van 7 december 2004 voor Habitatrichtlijngebieden geldt, dan wel de vaststellingsdatum indien het gebied na 7 december 2004 is vastgesteld. Voor Vogelrichtlijngebieden die voor 7 december 2004 zijn aangewezen maar na 10 juni 1994, geldt de datum van aanwijzing als referentiedatum. 

De huidige achtergronddepositieniveaus leiden tot problemen bij de vergunningverlening, bij het vaststellen van bestemmingsplannen en binnen het beheerplanproces als het gaat om activiteiten in en rond Natura 2000-gebieden die bijdragen aan de stikstofdepositie. Om deze problemen aan te pakken is in de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbwet) voorzien in een landelijke programmatische aanpak van de stikstofproblematiek (PAS). Het doel van de PAS is om de achteruitgang van de biodiversiteit in stikstofgevoelige habitats een halt toe te roepen door reductie van de stikstofbelasting te realiseren met een samenstel van maatregelen op landelijk, regionaal en gebiedsniveau zonder daarbij de duurzame economische dynamiek in gevaar te brengen. Berekeningen in het kader van de PAS moeten sinds de inwerkingtreding van de PAS worden uitgevoerd met behulp van het voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator.


Ammoniak emissie (intensieve) veehouderijen
De ammoniakemissie van vee is per diercatagorie opgenomen in de Wet ammoniak en veehouderij en de bijbehorende Regeling. In de vergunning dient rekening gehouden te worden met de ammoniakemissie van de veehouderij op de omliggende natuur. 

Nabij natuurgebieden geldt daarnaast de vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet. Dit neemt echter niet weg dat ook in de omgevingsvergunning de ammoniakemissie moet worden getoetst aan de maximale emissie-eisen uit het Besluit emissiearme huisvesting.
Stikstofdepositie wegverkeer
In het kader van een m.e.r-procedure worden de effecten ten aanzien van de stikstofdepositie voor de verschillende alternatieven bepaald ter plaatse van de gevoelige habitattypen binnen de Natura 2000-gebieden.

Beoordeeld wordt of bij de optredende additionele stikstofdepositie significant negatieve effecten op de habitattypen in nabijgelegen natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Indien een passende beoordeling uitwijst dat er geen sprake is van significante negatieve effecten, dan zijn er vanuit de Nbw geen verdere verplichtingen verbonden aan een plan.