Windmill Milieu Management Advies
Onderzoek naar Externe Veiligheid
Het transport, het gebruik en de opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico's met zich mee. Iedereen herinnert zich de gebeurtenissen van de vuurwerkramp in 2000 in Enschede. Om dergelijke rampen te voorkomen, dient de zogenaamde externe veiligheid nauwgezet in de gaten gehouden te worden. Dit geldt zowel bij vergunningverlening als ook bij handhaving en bij ruimtelijke projecten.

Risico's worden gekwantificeerd door middel van twee begrippen: plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico is een grenswaarde en wordt uitgedrukt in de afstand die voor sommige ontwikkelingen dient te worden aangehouden tot de risicobron. Deze afstand is afhankelijk van de risicovolle stof en de hoeveelheid daarvan. De grenswaarde geeft de afstand aan waarbij de kans groter is dan eens in de 1.000.000 jaren dat een persoon die in de nabijheid van een risicobron verblijft, door een ongeluk met de gevaarlijke stof statistisch gezien overlijdt. Hoe groter de opslag, hoe groter de PR afstand. 

Het groepsrisico daarentegen betreft een richtwaarde waarvan onder voorwaarden mag worden afgeweken. Het groepsrisico is afhankelijk van het aantal personen binnen het invloedsgebied van verscheidene rampscenario's. Hoe meer scenario's, hoe sterker de scenario's of hoe groter de dichtheid van personen, hoe hoger het groepsrisico is. De richtwaarden voor het groepsrisico zijn zo opgebouwd dat een groter risico voor lagere personendichtheden meer acceptabel is dan voor hoge personendichtheden. Ofwel de kans op een ongeluk moet afnemen naarmate het aantal personen dat betrokken is bij het ongeluk toeneemt. 

Wij bepalen voor alle risicobronnen in uw gemeente de plaatsgebonden risicoafstand, het invloedsgebied voor het groepsrisico en de hoogte van het groepsrisico. Indien u wilt kunnen wij alle risicobronnen opnemen op een gemeentebrede kaart waardoor u in één oogopslag de consequenties van externe veiligheid voor de ruimtelijke ordening binnen uw gemeente kunt zien. Tevens kunnen wij bepalen welke groeiruimte aan personendichtheid binnen het invloedsgebied van een risicobron nog mogelijk is.


Inrichtingen: Opslag en/of gebruik van gevaarlijke stoffen
De risicocontouren en de hoogte van het groepsrisico bij inrichtingen wordt bepaald met behulp van het rekenprogramma SAFETI-NL. Veel inrichtingen hebben betrekkelijk eenvoudige of beperkte risicobronnen zoals bijvoorbeeld een propaantank. Vaak zijn deze inrichtingen aangewezen als categoriale inrichtingen. Wij bepalen voor u hoe u zo effectief mogelijk alle grenswaarden en richtwaarden voor de externe veiligheid kunt respecteren zodat de onderzoeksinspanning tot een minimum beperkt blijft.
Transport gevaarlijke stoffen over de weg/het spoor/het water
Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of waterwegen kan een behoorlijk grote risicocontour veroorzaken afhankelijk van de getransporteerde stof. Met behulp van het hiertoe voorgeschreven rekenprogramma RBMII bepalen wij voor u de van toepassing zijnde plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied.

Indien een ontwikkeling binnen een invloedsgebied is gelegen, kunnen wij ook met het programma RBMII ook (de verandering van) de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk maken.

Transport gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Door een groot deel van de in Nederland aanwezige ondergrondse buisleidingen worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. In de afweging bij ruimtelijke projecten worden deze buisleidingen wel eens vergeten. Dit kan achteraf grote gevolgen hebben.

Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) de leidende wetgeving. Voor buisleidingen is inmiddels op deze wetgeving aangesloten in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). 

In deze nieuwe wet is het programma CAROLA verplicht gesteld voor het berekenen van risico's bij ondergronds hogedruk aardgasleidingen. Het merendeel van de buisleidingen in Nederland betreft dergelijke leidingen. Windmill beschikt over de mogelijkheid om de belemmeringen van buisleidingen met behulp van het rekenprogramma CAROLA snel en kostenefficiënt inzichtelijk te maken.